De eerste EgmontLezing / Brigitte Herremans

Voel de hartslag van wat was...

Het Kasteel van Gaasbeek en De School van Gaasbeek nemen het initiatief om een tweejaarlijkse lezing te organiseren, de EgmontLezing. Met de EgmontLezing willen we een podium geven aan een uitgesproken stem over de actualiteit en hoe de kunst een meerwaarde is binnen het publieke debat.
De eerste editie zit er op en was een hoogvlieger. Hier kan je de opname bekijken of de integrale tekst lezen van Brigitte Herremans' boeiende, ontroerende en ontwrichtende lezing Tegen het uitwissen: Kunst als reddingsboei. Aansluitend was er een reflectie van auteur en essayist Stefan Hertmans.

Tegen het uitwissen:
Kunst als reddingsboei

Hier staat content van social media, u hebt ervoor gekozen om geen social cookies toe te laten. Klik hier om deze alsnog te aanvaarden.

Waarheen voorbij de laatste grenzen?

‘We zullen hier blijven, zodat de pijn wegebt. We zullen hier blijven, tot de melodie zoet wordt…’ Terwijl ze schuilen voor bombardementen, heffen Palestijnse journalisten in Gaza een verzetslied aan van Libische dissidenten tegen dictator Moe’ammar al-Khaddafi dat ook werd gezongen tijdens de Syrische opstand.1 Het filmpje van december 2023 ging meteen viraal. Ontroerend toont het hoe muziek in de meest duistere momenten mensen kan sterken en verbinden. Het beeld van de journalisten die – met gevaar voor eigen leven – samendrommen in een tent en kracht putten uit dat moment van schoonheid te midden van de gruwel, laat me niet gauw los. Het belicht hoe overal waar onrecht heerst, mensen zich laven aan kunst of ze zelf creëren. In de concentratiekampen reciteerden gevangenen gedichten in de ziekenboeg en voerden ze toneelstukken op in hun barakken. In Syrische gevangenissen memoriseerden gevangenen poëzie en gaven ze die door via klopjes op de muur. Ook vandaag, in verstikkende gevangeniscellen, op de vlucht voor oprukkende tanks, schuilend voor luchtbombardementen, biedt creativiteit een lichtpuntje.

In mijn onderzoek over het potentieel van artistieke praktijken in tijden van geweld om onrecht zichtbaar te maken in de Syrische en de Palestijnse context, is kunst geen extraatje, geen luxeproduct dat verhandeld wordt voor grof geld, geen middel om verstrooiing te bieden.2 Ik demonstreer hoe literatuur in Syrië en Palestina een essentiële rol speelt in het belichten van onrecht. Kunst sterkt slachtoffers in hun verzet tegen uitwissing en laat hen vasthouden aan de hoop op erkenning van hun leed. In mijn ogen is de vraag of kunst de wereld kan redden, niet relevant. Meer nog, ze vormt een afleiding voor het potentieel van kunst ten tijde van geweld. Kunst biedt evenmin een antwoord op de vraag die de Palestijnse dichter Mahmoed Darwish stelt in zijn gedicht De aarde benauwt ons: ‘waar kunnen we heen voorbij de laatste grenzen?’3

De aarde benauwt ons, dringt ons door de laatste doorgang.
We rukken onze ledematen af om langs te kunnen,
uitgeperst door de aarde.
Ach, waren we maar haar graan, dan zouden we kunnen sterven en heropleven.
Ach, was ze maar onze moeder, dan zou ze mededogen kunnen tonen.
Waren we maar foto’s voor de rotsen, gedragen door onze droom.
Als spiegels.
We zagen de gezichten van zij die door de laatste van ons gedood zullen worden in de laatste verdediging van de ziel.
We beweenden het feest voor hun kinderen.
We zagen de gezichten van zij die onze kinderen zullen gooien
Uit de ramen van deze laatste ruimte,
Spiegels die opgeblonken zullen worden door onze ster.
Waar kunnen we heen voorbij de laatste grenzen?
Waar vliegen de vogels voorbij de laatste hemel?
Waar slapen de planten na het laatste zuchtje wind?
We zullen onze namen schrijven in karmozijnkleurige stoom.
We zullen de hand van de hymne afhakken om ze te voleindigen met ons vlees.

Artistieke praktijken benadrukken de paradox van de kwetsbaarheid en de onuitputtelijke kracht waarmee mensen zich verzetten tegen onrecht, ondanks de afgrond voorbij de laatste grenzen. Het gevaar afwenden kunnen ze niet: ze maken de afgrond zichtbaar. Het potentieel van literatuur in tijden van onrecht zit voor mij in twee zaken vervat. Bovenal is ze een reddingsboei: ze kan het uitwissen van ervaringen en narratieven voorkomen en het leed verlichten. Via literatuur kunnen mensen die onderdrukt worden geschiedenis schrijven vanuit hun perspectief en tegenstemmen bieden. Daarnaast vormen verhalen een venster dat buitenstaanders een inkijk geeft in onrecht en hun verbeelding opent voor ongekende perspectieven. Eerst belicht ik die verbeelding, omdat ik een buitenstaander ben in situaties van onrecht. Al zijn mensenrechtenschendingen en rechteloosheid me vreemd, toch ben ik er intiem mee vertrouwd. Door verhalen werd ik in het leven van mensen ver weg in tijd of plaats gekatapulteerd. Fictie maakt ‘het verre dichtbij’, volgens filosofe Rebecca Solnit.4 Dat literatuur niet noodzakelijkerwijs een kracht voor ‘het goede’ is, hoeft geen betoog. Sceptici werpen ook op dat literaire fictie een beperkt bereik heeft in vergelijking met andere kunstvormen. Die beperkingen doen in mijn ogen niets af aan de kracht van literatuur in donkere tijden. Narratieven zijn van onschatbare waarde voor mensen die zich in de marge van de geschiedenis bevinden en hun leven overtollig weten. Verhalen kunnen de rechteloosheid niet ongedaan maken, maar verhinderen het uitwissen van het onrecht en maken de herinnering mogelijk.

De rechtvaardigheidsverbeelding openrekken

In De moeder aller vragen schrijft Solnit: ‘Verhalen redden je leven. En verhalen zijn je leven. We zijn onze verhalen, verhalen die zowel de gevangenis kunnen zijn, als de koevoet om de traliedeur mee open te breken; we maken verhalen om onszelf te redden of om onszelf of anderen te vangen, verhalen die ons verheffen of die ons tegen de muur van onze eigen beperkingen en angsten werpen. Bevrijding is altijd gedeeltelijk een proces van verhalen vertellen: met een verhaal naar buiten komen, het zwijgen verbreken, nieuwe verhalen maken.’5 Verhalen vormden een bijl voor me, om het met Kafka te zeggen. In een brief aan Oskar Pollak schreef hij: ‘We hebben boeken nodig die ons treffen als een ongeluk, die ons diep verwonden, zoals de dood van iemand van wie we meer hielden dan van ons zelf, zoals wanneer we verbannen worden naar de bossen, van alle mensen vandaan, zoals een zelfmoord. Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons.’6

Door mijn affectieve en cognitieve respons op verhalen over de Shoah kan ik me van kindsbeen af iets voorstellen bij de kwetsbaarheid van wie zich overbodig weet en in diens bestaan wordt bedreigd. Fictie maakte me gevoelig voor de bittere eenzaamheid van mensen die vervolgd en onderdrukt worden, zodat ook de Palestijnse Intifada, de genocide in Rwanda en de Balkanoorlogen me als tiener niet onberoerd lieten. De blootstelling aan fictie en ook mediaberichten, versterkte mijn verbondenheid met slachtoffers of protagonisten in situaties van onrecht.7 Van andere buitenstaanders verwacht ik niet dat ze verbondenheid voelen met mensen ver weg van ons. Ons absorptievermogen is beperkt en veelal staan we machteloos tegenover grootschalig onrecht. Solidariteit of empathie zijn geen must. Een erkenning van onze gedeelde kwetsbaarheid en de nood van mensen om meester te zijn van hun eigen verhaal, is dat wel.

Niemand neemt vrede met gedwongen stiltes en onzichtbaarheid. Ook mensen in verstikkende dictaturen en gewelddadige conflicten willen hun stem gebruiken en een platform opeisen voor hun verhalen. Niets is zo erg als lijden in stilte. Niet alleen is er de pijn van de vele vormen van geweld. Daarnaast is er het bijkomende leed van de ontkenning of de onverschilligheid. Die voedt de vrees dat daders wegkomen met de ultieme daad van wreedheid: het uitwissen en onzichtbaar maken van hun misdrijven. In mijn onderzoek en mensenrechtenactivisme zie ik hoe buitenstaanders – vaak ongewild – die fijnmazige systemen van verdoezeling van onrecht in stand houden, en slachtoffers bijkomend tot een leven in de marge veroordelen. Via een indirecte vorm van victim blaming worden slachtoffers vaak genegeerd of aangemaand zich rationeel op te stellen, hun verlies te aanvaarden en zich voor ‘de goede vrede’ over te geven.

In de context van Palestina zijn er talloze voorbeelden, gaande van de ontkenning van de Nakba (de catastrofe van 1948 waarbij Israël werd opgericht op 78 procent van het grondgebied van historisch Palestina), tot de recente annuleringsgolf van Palestijnse kunstenaars op internationale podia, omdat het onderwerp van de Gaza-oorlog gevoelig zou liggen of Israëlische narratieven zou tegengaan. Ook in de Syrische context worden ervaringen van slachtoffers veelal genegeerd. Voor mij zijn de aanvaarding en de rechtvaardiging van het extreme geweld in Syrië stuitend. Tussen 2013 en 2016 bombardeerden het Assad-regime en Rusland systematisch ziekenhuizen. Niet alleen bestond er wereldwijd weinig ophef over deze barbaarse praktijken (in tegenstelling tot in Oekraïne). Het was pas door de documentaire For Sama (2019) waarbij de Syrische journaliste Wa’ad al-Kataeb de bombardementen op ziekenhuizen in Aleppo vastlegde, dat er internationaal verontwaardiging opstak. Toch bestaat er in sommige progressieve kringen begrip voor het regime en worden zijn misdaden vergoelijkt of gedoogd. Zo hamert Noam Chomsky in zijn focus op het Amerikaanse imperialisme consequent op het gebrek aan alternatief voor het regime.8 Chomsky, van wie je zou vermoeden dat zijn sympathie bij de onderdrukten ligt, kan zijn verbeelding niet openstellen voor de protestbeweging. ‘In plaats van ons en onze zaak meer zichtbaar te maken,’ schrijft Syrisch dissident Yassin al-Haj Saleh, ‘heeft Chomsky geholpen om Syrische activisten en schrijvers die vechten voor democratie en sociale rechtvaardigheid onzichtbaar te maken.’9

Het uitblijven van verbeeldingskracht kan de strijd tegen onrecht ernstig bemoeilijken. Verbeelding laat ons toe om die bijl boven te halen en ons andere levens in te beelden. Daarom spreek ik van de ‘rechtvaardigheidsverbeelding’, de manieren waarop we ons rechtvaardigheid inbeelden, binnen bestaande juridische mechanismen, en ook daarbuiten.10

Die twee dimensies, het formele en het informele, beïnvloeden elkaar. De Madres de Plaza de Mayo, de moeders van verdwenen personen in Argentinië, demonstreerden wekelijks. Net zo vormen familieledenvan de meer dan 100.000 vermisten in Syrië de drijvende kracht voor initiatieven om hun lot te achterhalen. Ondanks de internationale disinteresse, zorgden hun verbeten inspanningen ervoor dat de Algemene Vergadering van de VN- in 2023 besliste een instituut voor vermiste personen in Syrië op te richten.11 Haalbaarheidspolitiek staat ambitieuze internationale initiatieven in het Globale Noorden inzake gerechtigheid en rekenschap in de weg. In de Syrische context voedde de beperkte rechtvaardigheidsverbeelding het defaitisme over de wenselijkheid van rechtvaardigheid. Ze houdt dooddoeners in stand als ‘kiezen tussen Assad en ISIS is kiezen tussen de cholera en de pest’. Veel Westerlingen zien ISIS immers als de ultieme boosdoener, voorbijgaand aan het feit dat het Assad-regime kwalitatief en kwantitatief de voornaamste dader van misdrijven is. Onbewust onderschrijven ze het narratief van het regime dat zijn visie op het conflict gretig kon verspreiden.12

Kunst, waaronder literatuur, kan helpen om de cognitieve dissonantie te genereren die essentieel is om deze dominante framing te doorbreken en vastgeroeste ideeën overboord te gooien. Romans kunnen lezers ervoor behoeden de onontkoombaarheid van het Assad-regime en zijn grootschalige vernietiging van mensenlevens voor normaal te nemen.

Tegen het uitwissen en onzichtbaar maken

Zoals Primo Levi ons herinnert, wilden de nazi’s niet alleen de genocide op het Joodse volk uitvoeren, maar ook de herinnering aan die gruweldaden uitwissen.13 Daarom verplichtte Hannah Arendt haar studenten politieke wetenschappen om romans te lezen. Niet opdat ze zich slecht zouden voelen over historische ervaringen die wezenlijk verschillend zijn van hun levens, maar om te begrijpen wat onderdrukking is vanuit het perspectief van zij die het geweld ondergaan. Arendt beschouwde literatuur als een alternatieve manier om geschiedenis te schrijven, van onderuit.14 Ook de Palestijnse dichter Mahmoed Darwish onderschreef dit. Hij noemde zichzelf een Trojaanse dichter, iemand die de geschiedenis brengt vanuit het perspectief van de verliezer. ‘Ik koos ervoor een Trojaanse dichter te zijn. Ik sta resoluut in het kamp van de verliezers. De verliezers wie het recht is ontnomen om een spoor van hun nederlaag achter te laten en om de nederlaag uit te roepen.’15 In zijn poëzie wilde de dichter, in naam van de afwezigen, over deze nederlaag spreken en de vernietiging van Palestina ongedaan maken. De herinname van Palestina is geen fysieke inname, zoals Darwish benadrukt. Ze bestaat enkel in de verbeelding: ‘Ik keer niet terug. Ik kom eraan. Niemand kan terugkeren naar een ingebeelde plaats of zijn eerdere zelf. Birwa bestaat niet langer, evenmin is het recht op terugkeer gegarandeerd. Ik kom, maar ik keer niet terug. Ik kom, maar ik ben niet aangekomen.’16 Als banneling probeerde hij via poëzie een plaats in de geschiedenis te veroveren.

Literatuur kan verhinderen dat misdaden worden uitgewist of onzichtbaar worden gemaakt. Uitwissing omvat het doelbewust weglaten en verdoezelen van misdaden door actoren zoals het Syrische regime of het Israëlische leger. Een ander fenomeen is het onzichtbaar maken van onrecht en misdrijven, zonder dat er noodzakelijkerwijs een intentie achter zit; het is een vorm van marginalisering van onrecht. Die marginalisering van Palestijnse narratieven is wijd verbreid in het Globale Noorden, en vaak speelt er een dubbele dynamiek van uitwissing en onzichtbaarheid. Door de herinnering aan de Shoah, het dominante beeld van een fundamenteel kwetsbaar Israël en het klimaat na 9/11, vinden Palestijnse verhalen veel moeilijker hun ingang in Westerse media en mainstream cultuur. Ook worden Palestijnse narratieven vaak neergezet als polariserend, partijdig, problematisch. De cancelling van Palestijnse stemmen nam na de massamoorden van Hamas op 7 oktober 2023 sterk toe. Het meest ophefmakende voorbeeld is dat van de schrijfster Adania Shibli die de LiBeraturpreis zou ontvangen op de Frankfurter Buchmesse. Zonder voorafgaand overleg met de auteur, schrapte de organisator LitProm de prijsuitreiking. Na de aanslagen van Hamas wilde de organisatie Joodse en Israëlische stemmen in de kijker zetten.17 Het gedicht Oorlog van de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun, maakt de combinatie van diverse vormen van geweld pijnlijk duidelijk.

Ik heb geprobeerd de oorlog voor je te vertalen van een
Semitische taal in een Indo-Europese taal.
Toen werd je getroffen door granaatscherven.
Ik probeerde je te redden, maar we werden omsingeld door nieuwsberichten.
De Veiligheidsraad probeerde ons intelligente wapens te sturen,
maar ze werden in beslag genomen doorveiligheidsmensen die niet zo intelligent waren.
We scholdenop het Rode Kruis, en het Vaticaan protesteerde.
We aten het vlees van honden waarvan de baasjes waren gedood, en de milieubeschermers protesteerden.
We ontsnapten aan deverdrinkingsdood en rechts Europa protesteerde.
Hoe kan ik je beschrijven hoezeer deze wereld lijkt op het klappen van magere handen
op de dikke muren van de gaskamers in de vernietigingskampen,
zonder dat je er een posttraumatische stressstoornis aan overhoudt?
Hoe kan ik je het verschil uitleggen tussen huisslaven en landslaven, zonder dat je Syrië verwart met surrealisme?
Hoe kan ik in één gedicht zeggen dat ‘mijn vrienden zijn doodgemarteld’ en dat ‘jij mooier bent dan New York’
zonder dat Lorca lacht in zijn graf, of zonder dat de poëzie losraakt van de werkelijkheid?

(tragikomische kanttekening)
Het probleem is niet dat een kwart van de wereldbewoners naar
de psychiater gaat, het probleem is dat de rest niet gaat.
18

Hoe literatuur ons blootstelt aan onrecht in de 'echte wereld'

Tegen die achtergrond van uitwissing en onzichtbaarheid kunnen literaire teksten onrecht aanwezig maken. Literatuur maakt meerstemmigheid mogelijk en laat lezers toe onrecht te zien vanuit het perspectief van zij die het ondergaan. Fictie, of het nu in boeken of films is, vertelt ons veel meer over de echte wereld dan we veelal aannemen. Ondanks de ontologische kloof tussen realiteit en fictie, engageren literaire verhalen lezers om te onderhandelen over waarden van de ‘echte wereld’.19 Vaak staan lezers open voor waarheden die aangesneden worden in literaire teksten zonder dat ze bewijsmateriaal of harde feiten verlangen, omdat de perceptie van fictionaliteit hun cognitieve bias niet aanwakkert. Dichteres Ellen Deckwitz stelt dat literatuur ‘binnendoorweggetjes biedt voor een wereld die op zijn tijd behoorlijk overdonderend is.’20 Literaire teksten onthullen zaken waar we als lezer nog niet eerder bij stilstonden en kunnen zo onze kijk op de wereld veranderen. Meer dan in het empathie aanwakkeren, zit voor mij hierin het vermogen verscholen van fictie in situaties van onrecht.

Voor ik aan mijn onderzoek startte, dacht ik dat de kracht van literatuur in situaties van onrecht vooral vervat zit in het opwekken van empathie. Door mijn empirisch onderzoek met focusgroepen van Vlaamse lezers die de Syrische romans ‘De dood is een zware klus’ van Khaled Khalifa21 en ‘De blauwe pen’ van Samar Yazbek22 lazen, ben ik daarop teruggekomen, omdat dit niet het geval bleek. Ik koos beide romans omdat ze zich afspelen in de context van het Syrische conflict en heel verscheiden het leed van burgers naar voor brengen. Bovendien zijn beide auteurs internationaal erkend en spraken ze uitdrukkelijk hun sympathie uit voor de betogers en hun afschuw van het gewelddadige regime.

Khalifa brengt het verhaal van een gruwelijke tocht van twee broers en een zus die kort na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog het land doorkruisen om hun vader te begraven in zijn geboortedorp. Vastbesloten om de laatste wens van zijn vader te eren, roept het hoofdpersonage Boelboel de hulp in van zijn broer en zus, van wie hij vervreemd raakte. Zijn belofte breekt hem echter snel zuur op. De reis met het uiteenvallende lijk dwingt Boelboel zijn voorzichtige levensstijl op te geven en te reizen naar door rebellen gecontroleerd gebied, met het risico voor een opstandeling te worden aanzien. De tocht die in normale omstandigheden een vijftal uur duurt, sleept meer dan drie dagen aan en is een martelgang. Onderweg wordt het drietal geconfronteerd met gruwelijke taferelen, ondervinden ze willekeur en geweld aan de alomtegenwoordige checkpoints, en worden ze gearresteerd, samen met het lijk dat nog steeds op de lijst van gezochte personen staat. Khalifa hanteert een onthechte, onderkoelde vertelstijl. Die benadrukt dat mensen in oorlogstijd murw geslagen zijn en vaak in een halfcomateuze toestand leven. Het lijken zombies, levende doden, die geen inbreng in hun lot hebben. Het is een surrealistische overlevingsstrijd waarbij toeval belangrijker lijkt om te overleven dan rationele beslissingen.23

De zoektocht naar een lichaam was een moeilijke opgave geworden.
Nadat ze het doodsbericht van hun zoon hadden gekregen,
waren de familieleden vaak gedwongen zelf in het oorlogsgebied op zoek te gaan
naar hun lijken, die daar in massagraven lagen of waren verdwenen
tussen de brokstukken van de vernielde gebouwen
en de ijzeren karkassen van uitgebrande pantserwagens en artillerievoertuigen.
Zelfs die verhalen hadden inmiddels hun glans verloren. Niemand vertel deze meer.
Het ergste aan de oorlog was dat er steeds onwaarschijnlijkere dingen gebeurden
en dat de meest dramatische verhalen normaal waren geworden.
24

De blauwe pen draait om de benarde situatie van Rima, een tienermeisje dat ongewild verstrikt raakt in het conflict. Ze leeft afgezonderd met haar moeder in Damascus en heeft nauwelijks weet van de oorlog, ook al sloot haar broer zich bij de rebellen aan. Als kind werd ze geïsoleerd omdat ze als geestesziek werd bestempeld. Rima heeft een onweerstaanbare drang om te wandelen, en weigert te praten. Ze is niet stom, want ze kan de Koran reciteren, maar ziet het nut niet in van praten. Vastgebonden aan bed, brengt Rima haar dagen door op haar imaginaire planeet, waar ze zich aan boeken laaft. Wanneer ze zich op een dag naar buiten begeeft met haar moeder om een kennis die emigreert te bezoeken, start haar helletocht. Bij een checkpoint wandelt ze weg. Als Rima’s moeder haar achterna rent, doden soldaten haar en schieten ze Rima neer. Ze wordt opgenomen in een militair ziekenhuis waar ze getuige is van folteringen. Wanneer haar broer haar uiteindelijk ophaalt, dumpt hij Rima na een zenuwslopende tocht in een gemeenschap in rebellengebied. Het huis wordt gebombardeerd en ze moet meermaals van schuilplaats veranderen. Tot overmaat van ramp, ondergaat Rima een chemische aanval van het Assad-regime.25 Haar broers vriend brengt haar naar een kelder met andere overlevenden van de aanval. Nadat iedereen om haar heen verdwijnt, kwijnt ze eenzaam weg, omgeven door stapels papier en in het bezit van een blauwe pen. Ze bestrijdt de eenzaamheid door in haar verbeelding te duiken en haar ervaringen op papier te zetten.

Hier in mijn souterrain probeer ik met woorden en beelden
het verhaal van het weerzinwekkende gas te schrijven.
Ik zal optimistisch zijn en ervan uitgaan dat je evengoed wijs
zult kunnen worden uit de teksten als uit de illustraties.
Wat je moet weten, is dat de hemel, op het moment dat we
het vliegtuiggeronk hoorden, vlamvatte en strepen kreeg
in ontelbaar veel kleuren, alle nuances van oranje, rood
en geel. In de hele zone klonk geschreeuw en een menigte
kwam in paniek naar buiten en rende alle kanten op.
Ook ik rende samen met mijn broer. 26

De narratieve stijl van deze roman is sterk bepaald door emoties en gewaarwordingen. Het is een weergave van traumatische gebeurtenissen die op onsamenhangende wijze – een weerspiegeling van het getraumatiseerde geheugen – getuigenis brengt van onbevattelijk leed. De test speelt met het concept van narratieve betrouwbaarheid. Rima is een onbetrouwbare verteller, maar benadrukt dat wat ze vertelt ‘de waarheid’ is. Door decombinatie van zintuigelijke ervaringen (de degoutante geur van gifgas, het vechten tegen de misselijkheid) en harde feiten over de aanval (gebaseerd op rapporten van ngo’s en mensenrechtenactivisten), evoceert de tekst via de stem van het slachtoffer een authentieke getuigenis.

De reacties van de focusgroepen van lezers bevestigen dat literatuur leed kan blootleggen dat eerder onzichtbaar was voor hen. Beide romans lieten lezers toe om zich traumatische ervaringen concreet voor te stellen. Voor een deel van de lezers was het moeilijk om zich te verplaatsen in de personages omdat de teksten bevreemdend zijn en afwijken van dominante narratieven over het conflict en over slachtofferschap. Zo beantwoorden sommige personages niet aan het beeld van het ideale slachtoffer. Ook ervoeren verschillende lezers de rauwheid en de grafische beschrijvingen van gruwel als een hindernis tot empathie of leesplezier. Het uitblijven van een goede afloop en metaforen van hoop en optimisme, creëerden voor sommige lezers een afstand. Wat wel sterk naar boven dreef, is dat de romans lezers een inzicht gaven in de ontmenselijking die plaatsvindt in Syrië. Verschillende lezers merkten op dat de romans hen opnieuw deden stilstaan bij het leed van burgers. Zo waren sommige lezers sterk verontwaardigd over de chemische aanvallen en het geweld tegen vrouwen dat beschreven werd in de romans.

Dit onderstreept hoe literaire teksten ideeën en debatten over rechtvaardigheid mee vorm geven, met name als het bestaande mensenrechtensysteem geen soelaas kan bieden.27 Het onvolmaakte internationale systeem kan de straffeloosheid in Syrië niet stoppen, en moedeloosheid of onverschilligheid zijn een logische reactie. Als lezers hun verbeelding oprekken, kunnen ze het onrecht contextualiseren binnen de beperkingen van het systeem en verschillende vormen van uitwissing en onzichtbaarheid zien. De kracht van de verbeelding wapent ons voor een van de meest problematische paradoxen in het Syrische conflict, namelijk dat de overvloed aan bewijsmateriaal over gruweldaden niet bijdroeg tot de ‘aanwezigheid’ van Syrische ervaringen en narratieven in het Globale Noorden. Literatuur kan ruimte scheppen voor reflectie over alternatieve pistes voor rechtvaardigheid en de erkenning van grootschalig leed dat niet eenvoudig aangepakt kan worden.

Afwezigheid tegengaan

Zowel in de Syrische als de Palestijnse context creëren de fenomenen van uitwissing en het onzichtbaar maken van onrecht afwezigheid. Zoals mijn empirisch onderzoek bevestigt, geven veel lezers aan dat ze zich niet bewust zijn van het grootschalige leed in de Syrische context. Het onrecht wordt verdrongen of geminimaliseerd omdat het te confronterend is en een oplossing onmogelijk lijkt. In de Palestijnse context zorgt de actieve uitwissing door Israël en een zekere mate van medeplichtigheid in Westerse politieke kringen en media voor de verdoezeling of ontkenning van bepaalde vormen van onrecht. Palestijnse en Syrische schrijvers proberen deze afwezigheden om te buigen tot aanwezigheid, zonder te vervallen in documentatie zoals in non-fictieboeken of ngo-rapporten. Binnen de Syrische literatuur is er een tendens die wordt aangeduid als documentair schrijven, zoals de schrijfsters Samar Yazbek en Rosa Yasin Hassan doen. In lijn met de traditie van gevangenisliteratuur, een genre dat jammer genoeg florissant is in Syrië, legden de schrijfsters ervaringen van vrouwelijke gevangenen vast in literaire non-fictie. Ze benadrukken dat literatuur ervaringen van onrecht kan blootleggen en oprakelt wat het regime dwangmatig probeert te verbergen.28

Khaled Khalifa, die op 30 september 2023 overleed, was hier bijzonder stellig over: zijn voornaamste doel was om sterke literaire, esthetische teksten te schrijven. Hij voelde zich nauw verwant met slachtoffers, en onderging zelf ook geweld en intimidatie van het Assad-regime. Op de begrafenis van een van zijn vrienden in 2012, viel een regimegezinde militie hem aan en brak zijn hand.29 Toch bleef hij doorgaan met zijn kritiek en weigerde hij het land te verlaten, zoals zovele dissidenten gedwongen moesten doen. Hij meende dat schrijvers een sleutelrol spelen bij het ontmantelen van tirannie en dictatuur. Zo was Khalifa één van de eerste Syrische schrijvers die het taboe van de slachtpartij in Hama en het gedwongen zwijgen erover durfde te doorbreken. Het regime claimde het monopolie op de vertelling van de massamoord die het in Hama aanrichtte in 1982 en verbood burgers openlijk te spreken over de ‘gebeurtenissen’. Syriërs leefden met de kennis van de misdaden, maar werden het recht ontzegd om erover te praten. In zijn roman De Poorten van het paradijs30 belichtte Khalifa de massamoorden vanuit het perspectief van een jong, geradicaliseerd meisje.

Khaled Khalifa meende dat lezers via fictie een inzicht kunnen krijgen in onrecht zoals bombardementen op ziekenhuizen of geweld tegen vrouwen. Toch wilde hij die gebeurtenissen niet zozeer documenteren als de kwetsbaarheid van Syriërs weergeven, en aangeven dat ze vergelijkbare verzuchtingen delen met andere mensen. Hij wilde tonen dat Syriërs deel uitmaken van die gedeelde mensheid die Hannah Arendt ook zichtbaar wilde maken via haar focus op literatuur. Die kwetsbaarheid was ook de reden waarom Khalifa zich waagde aan de novelle De dood is een zware klus, ook al stond hij sceptisch tegenover de trend om over het huidige conflict te schrijven en schreef hij liever over historische, gekristalliseerde kwesties die enige ruimtelijke en tijdelijke afstand tot het leed mogelijk maken. Een ziekenhuisopname na een hartaanval in Damascus in 2013 zorgde voor een ommekeer in zijn denken. Het was schokkend voor de auteur dat terwijl hij uitstekende medische zorg kreeg, het regime nabijgelegen ‘rebellenwijken’ belegerde en bombardeerde. Het daagde hem dat de dood alomtegenwoordig was: overal loerde het risico op bombardementen, verdwijningen en arrestaties. Een andere reden waarom Khalifa toch over het conflict wilde schrijven, was de vraag wat er met zijn lijk zou gebeuren mocht hij sterven. Hij betwijfelde of de begrafenis waardig zou verlopen nu de dood zo’n banale gebeurtenis was geworden. Zoals de verteller in De dood is een zware klus opmerkt:

In de dood was iedereen voor het eerst gelijk.
Ceremonies en rituelen hadden geen betekenis meer.
Armen en rijken, hoge officieren en berooide huursoldaten,
strijders en leiders van gewapende falangistische milities,
willekeurige en anonieme doden,
allemaal werden ze naar hun graven gedragen
in sobere, beklagenswaardige rouwstoeten.
De dood was geen emotionele gebeurtenis meer,
maar een verlossing die jaloezie wekte bij de levenden.
31

Ook in de Palestijnse context is het gedwongen vergeten sterk bepalend voor Palestijnse schrijvers. De Nakba is geen louter historisch fenomeen, maar houdt nog steeds aan vandaag, met nieuwe doden en vluchtelingen tot gevolg. Israël ontkent zijn verantwoordelijkheid en eist totale overgave aan zijn perspectief. Palestijnen moeten instemmen met Israëls overwinningen, zijn aanspraken op het land en de herschepping van de geschiedenis. Zijn pogingen tot uitwissing resoneren sterk in de Palestijnse poëzie. Nathalie Handal, een Frans-Amerikaanse dichteres van Palestijnse origine, zoomt in haar oeuvre in op het aanhoudende onrecht en het verzet ertegen. Ze stelt dat gedichten ‘ons eraan herinneren dat we zullen overleven. Ze registreren, transformeren en versterken. Ze roepen onze herinneringen, leed en magische momenten terug op. Het zijn echo’s die ons bezighouden, en ons aanmoedigen om naar buiten te treden.’32 Haar gedicht Echo’s: een historisch nawoord benadrukt het belang van onofficiële archieven, de betrachting om een plaats in de geschiedenisboeken te vinden of die te herschrijven.33

De reden is dat ze gedood werden
De waarheid is: jij ook
De waarheid is dat je geen huis meer hebt
De reden is dat ze zich in je huis bevinden
De reden is dat ze overtuigd zijn dat je vertrok
De waarheid is dat je veiligheid zocht
De waarheid is dat ze je nooit terug laten keren
De reden is dat ze hun stam moeten beschermen
De waarheid is dat je tot dezelfde stam behoort
Maar niemand spreekt daarover
De reden is dat het makkelijker is om een bedreiging te vormen
Hoe kunnen ze anders het doden rechtvaardigen.

In Israëls vernietigingsoorlog in Gaza, speelt poëzie ook een belangrijke rol in het weergeven van het onrecht. Dit is moeilijk afwezig te noemen; het genocidaire geweld beheerst de internationale media. En tegelijkertijd zorgt de Israëlische hasbara, of propaganda en pogingen tot beïnvloeding van het discours over het conflict, dat vele vormen van leed worden uitgewist en onzichtbaar gemaakt. Israëls verzet tegen internationale onderzoekscommissies, bemoeilijkt het onderzoek naar oorlogsmisdaden. Ook de manier waarop internationale media Israëls geweld via onder meer taalgebruik verdoezelen, maakt het moeilijk om de omvang ervan te vatten. Tegen die achtergrond van extreem geweld (ook bij de eerdere oorlogen 2008-2009, 2012, 2014 en 2021), getuigen schrijvers en collectieven over de uitwissing en onzichtbaarheid. De schrijver Refaat Alareer, die door Israël werd gedood in december 2023, zei hierover: ‘We geven geen stemmen aan schrijvers uit Gaza, wij zijn die stemmen.’34 De poëzie van de jonge generatie dichters uit Gaza is niet zozeer een manier om te rouwen, maar wel om de gruwel onder de aandacht te brengen. De internationaal gelauwerde dichter Mosab Abu Toha kon Gaza verlaten met zijn gezin na een beproeving van bombardementen en een arrestatie door het Israëlische leger tijdens de vlucht van het noorden van Gaza naar de grens.35 Hij benadrukt dat dichters niet per se eersteklas lezers van poëzie moeten zijn, maar iets moeten kunnen zeggen wat anderen niet kunnen.36

We verdienen een betere dood
Onze lichamen zijn verminkt en verwrongen,
doorzeefd met kogels en granaatscherven.
Onze namen worden verkeerd uitgesproken op radio en tv.
Onze foto’s, op de muren van onze gebouwen, vervagen en worden bleek.
De inscripties op onze grafstenen verdwijnen,
bedekt met de uitwerpselen van vogels en reptielen.
Niemand geeft water aan de bomen die schaduw werpen op onze graven.
De brandende zon verteerde onze rottende lichamen.
37

Waarheidsvinding

Literatuur heeft weinig op met feitelijke waarheid. De waarheids- en verzoeningscommissie in Zuid-Afrika onderscheidde vier soorten waarheden: forensische/feitelijke waarheid, persoonlijke/narratieve waarheid, sociale/dialogische waarheid en verzoenende/helende waarheid. De forensische waarheid staat veelal bovenaan in de hiërarchie: in het juridische domein vormt ze de basis voor overtuigend bewijsmateriaal, forensisch onderzoek en strafrechtelijke processen. De facto is het de enige waarheid waaraan belang wordt gehecht. Ook voor slachtoffers en hun familieleden staat forensische waarheid voorop. In het geval van gedwongen verdwijning, willen familieleden weten wat er gebeurde met hun geliefden, of ze nog leven, waar hun graf zich bevindt. Daarnaast zijn ze ook geïnteresseerd in de persoonlijke waarheid, in wat daders dreef, in wat de celgenoten over hun geliefden vertellen.

Als theoreticus van de waarheid problematiseerde Hannah Arendt terecht het fenomeen van waarheidsvinding, zonder in relativering te vervallen en het idee te voeden dat alle waarheidsclaims evenveel recht hebben op bestaan.38 Arendt wees erop dat feiten niet voor zichzelf spreken en niet vanzelfsprekend tot de waarheid leiden.39 Wat het zo moeilijk maakt om waarheden te onderscheiden van verzinsels, is het gebrek aan een gemeenschappelijke wereld, een gedeelde werkelijkheid. Dit maakt Israëls vernietiging van Gaza zo pijnlijk duidelijk. Ook al ligt er slechts 70 kilometer tussen Gaza en Tel Aviv, er is geen gedeelde werkelijkheid. De meeste Israëli’s tolereren de genocide in Gaza, meer nog: opgejut door de media, moedigen velen haar aan.40 Het gebrek aan gedeelde wereld maakt het onmogelijk voor Israëli’s om de gruwel onder ogen te zien en te erkennen dat de misdaden van Hamas die niet kunnen rechtvaardigen. Omgekeerd steunen ook veel Palestijnen de slachtpartij van Hamas, en zien ze die als een daad van verzet.41

Het belang van de forensische waarheid kan niet genoeg worden benadrukt, al volstaan feiten niet om de waarheid te belichten. Bij deze paradox kunnen artistieke praktijken een cruciale rol spelen: ze schuiven waarheidsclaims naar voor die niet worden gehoord of worden verdrongen. Informele waarheidspraktijken, die plaatsvinden in het artistieke domein en in middenveldorganisaties, kunnen feitelijke waarheden aanvullen. Ze brengen persoonlijke waarheden naar voor en creëren ruimte voor ervaringen die gewist worden. Als conflicten steeds meer worden uitgevochten via informatie, de interpretatie van feiten en het verdringen van feitelijke waarheden, dan gebeurt waarheidsvinding op een diffuse en collectieve manier, via ngo’s, mensenrechtenorganisaties en onderzoekcollectieven.42 Maar ook artistieke praktijken en het werk van verbeelding zijn cruciaal. Kunst kan diepere vormen van waarheid aan het licht brengen.43 Ze maakt geen claims van forensische waarheid, maar kan twijfel teweegbrengen en vastgeroeste denkbeelden bestrijden.

Palestijnen hebben altijd hun toevlucht gezocht tot artistieke praktijken om de intellectuele status quo over de Palestijnse kwestie te doen wankelen. Concreet ondermijnen ze Israëlische waarheidsclaims via literatuur of cinema. De roman Een klein detail van de Palestijnse schrijfster Adania Shibli, past binnen deze trend van waarheidsvinding waarbij historische feiten op fictieve wijze worden weergegeven. Centraal in het verhaal, gebracht in twee delen, staat een groepsverkrachting en de moord op een Palestijns bedoeïenenmeisje in 1949 door een Israëlisch bataljon. In het eerste deel is het hoofdpersonage stemloos. Ze verschijnt totaal ontmenselijkt in een verhaal gebracht vanuit het perspectief van de dader, een Israëlische commandant. In het tweede luik is de verteller een hedendaagse Palestijnse onderzoekster die vertelt over haar zoektocht naar de details. Haar doel is deze moord uit de vergetelheid te halen. Een van de opvallendste aspecten van de roman is hoe hij (historische) feiten en fictie vermengt. Zo doorprikt hij het dominante Israëlische narratief en hekelt hij de ontstaansmythe van Israël. Palestina werd ontvolkt en getransformeerd door de oprichters van Israël die een etnische zuivering uitvoerden om de jonge staat zoveel mogelijk te ontdoen van zijn historische inwoners. In overeenstemming met het werk van kritische historici, onderschrijft deze roman de visie dat Israël een koloniaal project is.44

Ook hekelen schrijvers de manier waarop Israël aan ‘humanitaire camouflage’ doet, zoals VN-rapporteur Francesca Albanese schrijft in haar rapport over Israëls genocide.45 Via concepten uit het internationaal humanitair recht probeert de Israëlische overheid haar misdrijven te verdoezelen. In zijn nieuwste dichtbundel ontleedt Amerikaans-Palestijns dichter en vertaler Fady Joudah Israëls camouflage, ook al schiet taal tekort. Om de stilte te benadrukken, het stilzwijgen over de Palestijnen in ‘taal van de hegemonie’ (of dat nu Engels, Frans of Duits is), gaf Joudah geen titel aan zijn bundel. ‘Het is een boek dat mensen vraagt om te reflecteren over wat voor soort luisteren ze de Palestijnen nog niet hebben geboden’, zegt de dichter.46 Ondanks de onmogelijkheid het leed te vatten, geeft hij een inkijk in de onmetelijke Palestijnse pijn.47

Het was niet hun bedoeling om kinderen te doden.
Maar dat was wel hun bedoeling.
Te veel kinderen liepen in de weg van
onnauwkeurige bommen
die duizend en een keer op de nachten van de kinderen
werden gegooid.
Ze zullen de kinderen deze zonde niet vergeven.
Ze wilden hen redden van toekomstige zonden.
Of ze verpakte levens van
reconstructieve
pro bono chirurgische uren toesturen
mentale kwelling
om door te geven aan hun nakomelingen.
Zullen de kinderen nakomelingen hebben?
Dit is wat de bommenwerpers
niet wisten dat ze wilden:
zien of anderen zoals zij zullen zijn
na onmetelijk lijden.
Ze wilden hun eigen onderzoek leiden,
maar vergaten dat niet al het leedmacht aanbidt na overleven.
Welke kindertijd
wordt voortgebracht door een vernietigde kindertijd?
Mijn ouders wezen me de weg.

Ook in de Syrische literaire scène is de strijd tegen de leugen een scheppende factor. Ook al spelen de meeste Syrische schrijvers geen actieve rol in de inspanningen inzake rechtvaardigheid, ze zijn allen gemarkeerd door het aanhoudende onrecht. Schrijvers die ingaan op het onrecht, delen met de mensenrechtenactivisten en slachtoffers de vastberadenheid om verdrongen waarheidsclaims zichtbaar te maken. Ze pretenderen niet de ultieme waarheid in pacht te hebben of lezers een gids tot het ultieme inzicht over het conflict te bieden, ze willen ook zaken compliceren en lezers verwarren. Al kunnen ze waarheden naar voren schuiven die niet in twijfel worden getrokken (zie het effect van de chemische aanvallen in De blauwe pen), literatuur kan het heersende klimaat van onzekerheid over Assads misdrijven niet ombuigen. Hun betrachting is om de afgrond te tonen en te belichten wat verdwenen is uit de debatten over rechtvaardigheid in Syrië omdat Syrische slachtoffers van een stem zijn beroofd.

Conclusie: een redmiddel tegen nietsontziend geweld

Literatuur kan een schuilplaats bieden voor individuen. Ze kan troost bieden op momenten van totale radeloosheid en ontmenselijking. Ook kan ze helpen om het leed – voor zover dat mogelijk is – om te buigen naar proporties waarmee te leven valt. Die vormen van redding zijn uitvoerig beschreven door anderen. Mij interesseert vooral de collectieve redding, of de manier waarop literatuur in de Palestijnse en Syrische context mogelijkheden tot verzet en herinnering biedt. Literaire teksten over onrecht zijn een daad van bevestiging dat slachtoffers niet veroordeeld zijn tot leven en dood in stilte. Dat ze niet onzichtbaar moeten leven en sterven. Dit is geen klassieke reddingsboei die het verdrinken tegengaat. Syrische en Palestijnse dissidenten, mensenrechtenactivisten en schrijvers kunnen de vernietiging niet stoppen, maar wel de uitwissing ervan. In die zin dragen literaire teksten bij tot de onofficiële archieven die zo essentieel zijn voor de herdenking van de ervaringen van slachtoffers. Ook maken ze het mogelijk om ervaringen te beleven en de geschiedenis te begrijpen vanuit het perspectief van degenen die niet aan de macht zijn.48 Opnieuw is dit geen ultieme redding en een alternatief voor het afwenden van de afgrond. Maar we moeten de capaciteit van literaire teksten koesteren om de idee van een gedeelde wereld op te roepen. En dat is wat literatuur vermag: kijken naar onrecht vanuit het standpunt van zij die het ondergaan. Dat maakt het in tijden van nietsontziend geweld tot een redmiddel. Literatuur kan de ontmenselijking en vergetelheid tegengaan en de roep om rechtvaardigheid kracht bijzetten.

Voetnoten

  1. ‘We blijven hier’, The New Arab, 4 december 2023, https://www.youtube.com/watch?v=7sood4IAYfQ
  2. De tekst van deze lezing is sterk gebaseerd op mijn doctoraatsthesis Countering Erasure and Invisibilisation: The Potential of Literature to Open Up the Justice Imagination in the Syrian Context. In mijn postdoctoraal onderzoek startte ik een nieuwe onderzoekslijn op naar het potentieel van literaire teksten om onrecht zichtbaar te maken in de Palestijnse context. Dit thema bestudeer ik al lang en belichtte ik ook in een eerder essay De mens in opstand: Hoe verhalen de strijd voor mensenrechten versterken (Tielt: Lannoo, 2019).
  3. Mahmoud Darwish, The Earth Is Closing In On Us, in Victims of a Map (London: Saqi, 1984), p.14, vertaling uit het Arabisch door Helge Daniëls.
  4. Rebecca Solnit, The Faraway Nearby (London: Granta, 2014), p.194, eigen vertaling.
  5. Rebecca Solnit, De moeder aller vragen (Amsterdam: Podium, 2017) p36.
  6. Frans Kafka, Letters to Friends, Family, and Editors (New York: Schocken Books, 1977), p.16, eigen vertaling.
  7. De Guatemalteekse mensenrechtenverdediger Rosalina Tuyuc, oprichter van CONAVIGUA (het Nationale Verbond van Guatemalteekse Weduwen), gebruikte de term ‘protagonisten’ als alternatief voor slachtoffers in de openingslezing van de conferentie van de onderzoeksgroep Justice Visions, waaraan ik verbonden ben. Victims and Transitional Justice: Participation, Mobilisation and Resistance, 13 maart 2024, https://justicevisions.org/justice-visions/conference-march-2024/.
  8. Daniel Falcone & Saul Isaacson, Noam Chomsky on Syria: A “Grim” Set of Alternatives, Truthout 2016, 27 oktober 2016, https://truthout.org/articles/noam-chomsky-on-syria-a-grim-set-of-alternatives.
  9. Yassin al-Haj Saleh, Chomsky’s America-Centric Prism Distorts Reality, New Lines Magazine, 15 maart 2022 https://newlinesmag.com/review/chomskys-america-centric-prism-distorts-reality, eigen vertaling.
  10. Brigitte Herremans, Tine Destrooper. “Stirring the justice imagination: Countering the invisibilization and erasure of syrian victims’ justice narratives.” International Journal of Transitional Justice 15.3 (2021): 576-595. Brigitte Herremans. Countering Erasure and Invisibilisation: The Potential of Literature to Open Up the Justice Imagination in the Syrian Context. Dissertation, Ghent University, 2023.
  11. Impunity Watch, Syria’s victims mark historic UN resolution to address crisis of the missing, 29 juni 2023, https://www.impunitywatch.org/syriasvictims-mark-historic-un-resolution-to-address-crisis-of-the-missing.
  12. Uğur Ümit Üngör, Eurocentrism in Research on Mass Violence. In M. Lok, R. de Bruin, & M. Brolsma (Eds.), Eurocentrism in European History and Memory (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2019).
  13. Primo Levi, De verdronkenen en de geredden (Amsterdam: Meulenhof, 1986).
  14. Lyndsey Stonebridge, Writing and Rights: Literature in the Age of Human Rights (Oxford: Oxford University press, 2020) p.111.
  15. Mamoud Darwish, Amira El-Zein, Caroline Forché, Palestine As Metaphor (New York: Olive Branch Press, 2019), p.19, eigen vertaling.
  16. Darwish et al, 2019, p.90, eigen vertaling. Birwa is het geboortedorp van Darwish dat hij moest ontvluchten tijdens de Nakba.
  17. Philip Oltermann, Palestinian voices ‘shut down’ at Frankfurt Book Fair, say authors, 15 October 2023, The Guardian, https://www.theguardian.com/world/2023/oct/15/palestinian-voices-shut-down-atfrankfurt-book-fair-say-authors.
  18. Ghayath Almadhoun, Ik heb een afgehakte hand voor je meegenomen (Amsterdam: Maas, 2024), p.24.
  19. Marco Caracciolo, (2013). Patterns of Cognitive Dissonance in Readers’ Engagement with Characters, Enthymema, 8, 21–37.
  20. Ellen Deckwitz, Dit gaat niet over grasmaaien: hoe lees je poëzie (Amersfoort: Wilco, 2020) p. 83.
  21. Khaled Khalifa, De dood is een zware klus (Amsterdam: De Geus, 2017).
  22. Samar Yazbek, De blauwe pen (Amsterdam: Orlando, 2019).
  23. Brigitte Herremans, De dood is een zware klus, voorbereidend dossier voor leesgroepbegeleiders, HRRN, https://hrrn.ugent.be/wp-content/uploads/2022/04/Khaled-Khalifa-De-dood-is-een-zware-klus.pdf.
  24. Khalifa, 2017, p.19.
  25. De eerste grote chemische aanval vond plaats op 21 augustus 2013. De roman benoemt de gifgasaanval niet expliciet, slechts één keer wordt er ‘chemisch’ geroepen. Hij evoceert de aanval door zintuigelijke beschrijvingen van de geur van het gas, reacties op de blootstelling eraan.
  26. Yazbek, 2019, p.138.
  27. Rachel Potter, Lyndsey Stonebridge, (2014). Writing and Rights. Critical Quarterly, 56(4), 1–16.
  28. Samar Yazbak, Dix-neuf femmes, (Paris: Stock, 2019); Rosa Hassan Yassin, نيغاتيف : من ذاكرة المعتقالت سیاسّیّات,” Negatief: Over de herinneringen van vrouwelijke politieke gevangenen (Kaïro: Centrum voor mensenrechten, 2008).
  29. Fadia Faqir, Obituary Khaled Khalifa, 27 november 2023, The Guardian, https://www.theguardian.com/books/2023/nov/27/khaled-khalifa-obituary.
  30. Khaled Khalifa, De poorten van het paradijs (Amsterdam: De Geus, 2011).
  31. Khalifa, 2017, p.9.
  32. Jared Jackson, The Pen Ten: An Interview with Nathalie Handal, PEN, 28 mei 2020, https://pen.org/the-pen-ten-an-interview-with-nathalie-handal/.
  33. Nathalie Handal, Life in a Country Album: Poems (Pittsburgh: University of Pittsburgh Press, 2019), p.46, eigen vertaling.
  34. Refaat Alareer, Gaza Writes Back: Short Stories from Young Writers in Gaza (New York: Just World books, 2014).
  35. Mosab Abu Toha, A Poet’s Perilious Journey out of Gaza, New Yorker, 25 december 2023 https://www.newyorker.com/magazine/2024/01/01/a-palestinian-poets-perilous-journey-out-of-gaza.
  36. Mosab Abu Toha, Things You May Find Hidden in My Ear: Poems from Gaza (New York: City Lights books, 2022), p.122.
  37. Mosab Abu Toha, 2022, p.53.
  38. Linda Zerilli, “Fact-Checking and Truth-Telling in an Age of Alternative Facts.” Le foucaldien 6, no. 1 (2020): 1–22.
  39. Hannah Arendt, Truth and Politics, 17 februari 1967, New Yorker, https://www.newyorker.com/magazine/1967/02/25/truth-and-politics.
  40. Eyal Lurie-Pardes, Journalism out, hasbara in: How Israeli TV news joined the Gaza war effort, 6 maart 2024, https://www.972mag.com/israeli-tv-hasbara-media-gaza
  41. Policy and Survey Research, Public Opinion Poll 91, 20 maart 2024, https://www.pcpsr.org/en/node/969.
  42. Matthew Fuller, Eyal Weizman, Investigative Aesthetics: Conflicts and Commons in the Politics of Truth (London: Verso Futures, 2021), p.18.
  43. Herremans, Brigitte, Tine Destrooper. “Moving Beyond Formal Truth Practices and Forensic Truth in the Syrian Conflict: How Informal Truth Practices Contribute to Thicker Understandings of Truth.” Social & Legal Studies 32.4 (2023): 519-539.
  44. Brigitte Herremans, Het recht om te vertellen, De reactor, maart 2023, https://www.dereactor.org/teksten/het-recht-om-te-vertellen.
  45. Francesca Albanese, Anatomy of a Genocide, A/HRC/55/73.
  46. PalCast – One World, One Struggle, The Palestinian Voice with Fady Joudah, maart 2024, https://podcasts.apple.com/us/podcast/palcastone-world-one-struggle/id1716151851?i=1000648208924.
  47. Fady Joudah, […] (Milkweed Press, 2024), geciteerd in Jewish Currents, november 2023 https://jewishcurrents.org/joudah
  48. Lyndsey Stonebridge, 2021, p.111.